Religieus Atheïsme

Gepubliceerd op 9 mei 2021 om 22:16

God komt niet ‘terug van weggeweest’. Niet in de filosofie en evenmin in de samenleving.

En toch wordt er blijvend over God gesproken. God is er nog. Althans zijn Naam.

Hij is er nog steeds maar dan getekend  door de sporen van de grote atheïsten van de voorbije eeuwen.

Hij is nog aanwezig in zijn afwezigheid.

Zijn Naam blijft maar de grote filosofische en theologische constructies zijn weg. Definitief weg.

Zijn Naam is terug en zal blijven genoemd worden: als de verwoording van onze openheid, van een openheid die ons overstijgt, die alle mensen overstijgt, gelovigen en niet-gelovigen.

God is nu meer ‘goddelijk’ terug: als de gans Andere.

Niet meer gevangen in al te menselijke godsdienstige constructies.

Hij is er als openheid, als een krachtige openheid.

Hij is de Openheid die iedereen uitdaagt tot openheid.

Voor die grote openheid moet alle filosofisch denken zich openen,

moeten ook alle godsdiensten buigen in hun niet kunnen bevatten en vatten.

Op deze wijze kan God op een nieuwe wijze krachtig worden. Als een werkzame openheid die iedereen kan openen en die zo ook iedereen met iedereen kan verbinden. God is er waar mensen samenzijn in openheid! Waar mensen zich openen voor zijn openheid, daar wordt zijn Naam geëerbiedigd. Waar verbinding gebeurt, daar zijn mensen waardig samen in de openheid voor het ultieme mysterie van de werkelijkheid.

De nieuwe, geopende God kan harde, verticale gelovigen uit hun beperkte en beperkende constructies halen. De nieuwe, open God kan harde, vlakke atheïsten openen voor een zacht, ontvankelijk atheïstisch denken. Gelovigen en ongelovigen zouden elkaar moeten kunnen vinden in die gedeelde, nieuwe openheid.

‘God houdt zich niet langer op in het theïsme, in welke religieuze metafysica ook. God wordt niet langer weggenomen door welk atheïsme ook. God woont daar voorbij. Hij houdt zich op in het ‘a’, in het Overstijgende.’ 

Tot zover de schitterende slotbeschouwingen van Erik Meganck in zijn boek ‘Religieus atheïsme. (Post)moderne filosofen over God en godsdienst.’

In zijn boek stapt Meganck mee met twaalf grote filosofen: Feuerbach, Marx, Kierkegaard, Nietzsche, Freud, Russell, Wittgenstein, Heidegger, Sartre, Lyotard, Levinas en Derrida. Hij beluistert en bespreekt hun denken over God. Hij formuleert na zijn gesprekken met de filosofen een scherpe uitdaging aan het adres van godsdiensten én van atheïsme. Beiden krijgen een ingrijpend huiswerk mee.

Het boek van Erik Meganck doet ons beter beseffen dat we niet zomaar een tijdelijk dipje meemaken in onze christelijke kerken.  Het doet ons ook begrijpen waarom er een bange terugkeer en vlucht in fundamentalisme en traditionalisme bezig is in de grote godsdiensten en in nieuwe godsdienstige bewegingen.

De moderne tijd vraagt om diep religieus loslaten. Het lijkt voor velen een afgrond. Maar het is eigenlijk een nieuw vertrouwen. En het kan een heel nieuwe, krachtige dynamiek van verbinding op gang brengen tussen alle levensbeschouwingen en religies. Het is de verbinding die we nodig hebben ten aanzien van de grote maatschappelijke uitdagingen van de 21ste eeuw.

We zijn al een paar eeuwen bezig met een heel ander, modern denken over God. De premoderne God kan niet meer terugkeren. Maar een postmoderne openheid voor het transcendente en voor God blijft mogelijk en zelfs wenselijk. Meer nog: ook als moderne mensen zullen we door de diepe, onvermijdelijke openheid in ons bestaan en in de werkelijkheid ‘door God’ blijvend worden uitgedaagd.


«   »