Geloof en godsdienst in een seculiere samenleving Een boek van kardinaal Jozef De Kesel

Gepubliceerd op 2 juni 2021 om 11:07

Een culturele omwenteling

Het boek van Mgr. De Kesel bevat twee grote delen. In deel 1 probeert de kardinaal de situatie te analyseren waarin geloof en Kerk zich bevinden vandaag. Hij heeft het over de overgang van een christelijke cultuur naar een seculiere cultuur. Het is een bijzonder grote omslag voor christendom en Kerk. Maar de kardinaal treurt niet en wil niet terug naar het verleden. De kerkgebouwen kunnen niet meer vol zijn en hoeven dat ook niet te zijn. De Kerk krijgt nu de grootte die past in een pluralistische samenleving, vergelijkbaar met vele andere situaties in de wereld. Niets belet om ook in zulke pluralistische situatie verder te bestaan. ‘We kunnen ook christen en Kerk zijn in een niet-christelijke wereld’, luidt de stelling van de kardinaal. Hij wijst voortdurend op de opdracht en de mogelijkheden om als christenen en Kerk present te zijn in de nieuwe, seculiere cultuur.

Tegelijk geeft hij de grens van de moderne tijd aan. Een seculiere samenleving kan mensen niet begeleiden en oriënteren inzake spirituele en ethische vragen. Dat is iets voor zingeving en religie. Kardinaal De Kesel stelt ook duidelijk dat het niet goed zou zijn voor de samenleving en voor de godsdiensten dat religies puur privé zouden worden. Er zou veel geestelijke en ethische rijkdom voor mens en wereld verloren gaan.

Kerk en seculiere cultuur

In deel 2 van het boek heeft de kardinaal het over de aanwezigheid en zending van christenen en Kerk in een postchristelijke cultuur. Hij vertrekt in het tweede deel van zijn boek vanuit God, vanuit de Bijbelse God. Hij denkt zijn hele betoog vanuit God, die hijzelf - nogal evident - als leidraad neemt in zijn boek.

De Bijbel leert de gelovigen dat God de mens nodig heeft én dat God een Kerk nodig heeft. De Kerk blijft een eigen, belangrijke opdracht behouden. Ze is geroepen om een teken van heil voor de wereld te zijn. Daarom is het, aldus kardinaal De Kesel, belangrijk en kostbaar om aanwezig te zijn bij de vreugde en het leed van mensen in de wereld. Daar kan de Kerk juist teken van Gods aanwezigheid in de wereld zijn.

De kardinaal besteedt veel aandacht aan de uitstraling van de Kerk in de wereld. Het heeft het uitgebreid over de missionerende dimensie van christen zijn en Kerk. Hij verwijst hiervoor naar het voorbeeld van  het trappistenklooster in Tibhirine, in Algerije. De monniken beleefden het evangelie geheel onbaatzuchtig en kwetsbaar-getuigend in een islamitische omgeving.

Met een nieuwe getuigende aanwezigheid willen christenen en Kerk de samenleving niet opnieuw christianiseren, aldus de kardinaal. Het gaat om dienstbaarheid en dialoog. Het gaat om samenwerking met de samenleving, met andere religies en in het bijzonder met het jodendom waaruit het christendom is geroeid. De kardinaal hecht grote waarde aan een goede relatie tussen christenen en Joden.

Tot zover een korte samenvatting van het boek van de kardinaal.

Gaat het boek diep genoeg in op wat er leeft?

Heel veel nieuwe dingen bevat het boek van de kardinaal niet. Maar het is goed om te lezen welke evenwichtige, gebalanceerde visie Mgr. De Kesel ontwikkelt over cultuur, christendom en Kerk vandaag. Het is goed om te lezen dat hij de ontwikkelingen positief bekijkt en dat hij wijst op de nieuwe kansen voor geloof en Kerk. In het boek is geen sfeer van nostalgie, verbittering of verzet te bespeuren.

Het boek bekijkt alles vanuit een gelovige blik en vanuit de zorg om het behoud van de eigen, bescheiden maar waardevolle plaats en rol van geloof en Kerk in een moderne samenleving.

Het boek is eigenlijk een pastoraal-theologische cursus voor pastorale werkers en kerkverbonden christenen. Ik denk niet dat vele niet-kerkelijke christenen en open zinzoekers het boek zullen lezen. Ook al omdat de concrete, binnenkerkelijke knelpunten niet worden behandeld. En ook al omdat op de uitdaging van het nieuwe atheïsme en het alom verspreide agnosticisme in de moderne samenleving niet wordt ingegaan. Tussen haakjes: in het recente boek van Mgr Bonny, ‘Overeind komen met Petrus’ klinken de binnenkerkelijke hinderpalen wel mee.

Hoe moet het verder met de slepende, binnenkerkelijke kwesties?

Meteen dringt zich een eerste vraag op aan de kardinaal na het lezen van zijn boek: kan de Kerk haar missie krachtig en effectief vervullen zonder haar interne blokkades en struikelblokken op te ruimen? Ik spreek hier nog niet over de zware pedofiliecrisis, waar de kardinaal ook aan voorbijgaat. Ik bedoel de vele punten van ontmoediging en ergernis bij vele christenen en mensen van goede wil. Het gaat om kwesties waardoor de voorbije vijftig jaar zovele christenen en kerkmensen hebben afgehaakt: een onvoldoende actualisering van geloofsleer en kerkorde, het gebrek aan participatie en inspraak, de controversiële, kerkelijke moraaltheologie en niet te vergeten de urgente kwestie van het priestertekort en de vernieuwing van de ambtstheologie. Vele mensen hebben geloof en Kerk niet enkel verlaten door de seculiere mentaliteit van de moderne cultuur maar evenzeer door het uitblijven van broodnodige hervormingen in het denken en organiseren van de Kerk. Hoe kan en moet dit verder?

Het moderne denken zit ook in het hoofd van de christenen

En dan is er nog een tweede vraag aan de kardinaal, na lectuur van zijn boek. Mgr. De Kesel baseert zijn analyse op een tegensteling tussen ‘de Kerk met God’ enerzijds en ‘de seculiere cultuur zonder God’ anderzijds. De Kerk moet dan God brengen aan de niet-gelovige wereld. Juist het contrast tussen de religieuze identiteit van het christendom en de seculiere identiteit van de moderne samenleving kan de eigenheid van het christendom duidelijker en aantrekkelijker maken, aldus de kardinaal. Maar is de kloof tussen christelijk denken en modern denken wel zo diep en groot?

Moet de Kerk de confrontatie en de wisselwerking met het moderne denken niet nog meer open en diepgaand durven aangaan en ondergaan? Ziet de kardinaal de ernst en de diepte van het worstelen van de moderne mens met de traditionele geloofsopvattingen, met het zich openen voor God? Is het moderne denken ook niet aanwezig in het hoofd van de meeste christenen?

Wat te denken van de nieuwe, laatmoderne inzichten over mens, wereld en God? Wat te doen met de voortschrijdende inzichten op het vlak van metafysica en theologisch denken? Moet de Kerk niet durven ingaan op de vele kritische vragen over God en theïsme, over kerkleer en moraaltheologie?

Vele gezaghebbende publicaties hebben het over nieuwe wetenschappelijke inzichten die vele oude uitgangspunten van Kerk en godsdiensten bevragen en catalogeren als een achterhaald denken. Tegelijk is het nieuwe metafysische denken niet radicaal atheïstisch. Het laat juist, meer dan vroeger, ruimte voor transcendentie, voor openheid voor het Andere, het Absolute en het Goddelijke.

Tussen een open Kerk en een open godsdienstigheid enerzijds en een open seculier, humanistisch denken anderzijds zijn verbindingen en bruggen te slaan! Daarover lezen we niet veel in het boek van de kardinaal. Of gelooft de kardinaal niet in zo’n dialoog en gelooft en hoopt ook hij meer op de kracht van het profileren van de traditionele identiteit van het christelijk geloof en de Kerk?

Wat kan het christendom een doorstart geven?

Mgr. De Kesel beschrijft in zijn boek een mooie droom over een nieuwe toekomst van het christendom en Kerk in de seculiere cultuur. Maar zonder oplossing van de vele interne, kerkelijke knelpunten en zonder integratie van het nieuwe metafysische denken zal de Kerk niet opnieuw relevant kunnen worden voor de nieuwe, moderne generaties. Dat is althans onze ervaring en mening. Als de Kerk haar traditionele identiteit blijft afschermen, zal ze het nog moeilijker krijgen en de boot nog meer missen in de laatmoderne cultuur. Die laatmoderne seculiere cultuur wordt nochtans juist opener voor het transcendente.

De ‘moderne’ metafysica en de seculiere cultuur hebben evenzeer hun grenzen bereikt. Dat lezen we in vele publicaties. Overal klinkt het pleidooi voor een meer open en verbindend denken, voor een nieuwe cultuur en samenleving. Maar nogmaals: de oude religieuze metafysica in jodendom, christendom en islam kunnen daarvoor niet meer oriënterend zijn. Er is nood aan een meer open en verbindend denken over God en godsdienst in het christendom en in alle godsdiensten. Juist dat zou nieuwe verbanden kunnen slaan met de moderne zinzoekers en religieuze zoekers.

Alle levensbeschouwingen staan voor de opdracht om meer openheid te scheppen voor het grote geheim van de werkelijkheid en van God. Allen staan voor de opdracht om gelijkwaardig in de fundamentele, menselijke beperking te gaan staan. Ontvankelijk tegenover het onbevattelijke en onvatbare mysterie van de werkelijkheid en God. Niemand kent de grond van de werkelijkheid, niemand kent God.

Allen zijn opgeroepen om vanuit de eigen openheid in verbinding te treden met anderen. En ook die anderen worden evenzeer opgeroepen om open te zijn voor de grote Openheid die iedereen overstijgt en uitdaagt. Het is een operatie ‘openen van de eigen identiteit’.  Het is een herdenken van de eigen identiteit met het oog op openheid en verbinding met de anderen. Alleen open en verbindende culturen, levensbeschouwingen, godsdiensten kunnen de wereld verenigen.

Enkel vanuit een heel nieuw perspectief en bewustzijn kan er, ons inziens, een nieuwe toekomst ontluiken voor christendom en Kerk. Eigenlijk is er nu meer ruimte daarvoor dan tweehonderd geleden in de vroege moderniteit. We verwijzen in dat verband naar twee recente boeken: ‘Metafysica. Van orde naar ontvankelijkheid’ van Gert-Jan van der Heiden en ‘Religieus atheïsme. (Post)moderne filosofen over God en godsdiensten van Erik Meganck.

Alle feiten wijzen op het verder inkrimpen van christendom en Kerk in Europa. Maar het denken en de geschiedenis komen op een nieuwe wijze open voor de grote Openheid, opener dan ooit. Is dat geen kans voor een nieuw christendom voor de 21 ste eeuw?

Alles is mogelijk! De toekomst is aan het leven en aan de geest van de mensen. Voor christenen (gelovigen) ligt de toekomst ook bij de Geest van God die werkt in de geest van mensen. Er komt wat komt. En dan zien we wel op het moment zelf.


«   »