Van orde naar ontvankelijkheid Naar een nieuwe metafysica

Gepubliceerd op 2 juni 2021 om 11:03

De klassieke metafysica is achterhaald: we kunnen er niet meer van uitgaan dat er een vastgelegde orde is in ‘het zijn’ en dat er een grond voor deze orde is.

De moderne metafysica botst evenzeer op grenzen en loopt ook ten einde: de moderne mens kan niet in een oneindige vrijheid  de werkelijkheid blijven maken, beheersen en programmeren. Dat blijkt elke dag een beetje meer uit het beluisteren van het grote wereldnieuws.

Nu én de premoderne visie en én de moderne visie op de werkelijkheid niet meer kunnen, komt er ruimte vrij voor een heel nieuwe metafysica. Misschien kan er een openheid komen voor ‘het open zijn’ die nog nooit zo open is geweest. Maken we niet een nieuwe, grote overgangstijd mee? Een transitie van een klassiek opgelegde en een modern oplegde orde aan de werkelijkheid naar een nieuwe, open, ontvankelijke kijk op het mysterieuze en dubbelzinnige zijn.

‘Het zijn’ blijft ons immers overstijgen, ook in onze seculiere tijd! ‘Het zijn’ lijkt zelfs steeds meer greep te krijgen op de moderne mens en wereld. Cultuur en politiek, levensbeschouwingen en religies staan voor de opdracht om zich meer te openen voor de nieuwe Openheid. We krijgen de kans om eindelijk ‘het Andere’ anders te laten zijn, om het transcendente transcendent te laten zijn, om God God te laten zijn. De onkenbare en onvatbare grond van ‘het zijn’ is een oproep aan allen om het eigen denken te relativeren en te openen voor ‘het andere’ of ‘het grotere’ in en achter ‘het zijn’. In die gemeenschappelijke openheid kan er een nieuwe verbinding komen: een verbinding-in-openheid. Iedereen is uitgedaagd tot openheid in de eigen identiteit, allen zijn opgeroepen om zichzelf te relativeren. Om dan samen en in verbondenheid beter in staat te zijn om verder te gaan in het ontdekken van en omgaan met de open werkelijkheid.

Voor het eerst in de geschiedenis van het rationele denken en het godsdienstige geloven kunnen we komen tot respect voor de werkelijkheid zoals ze is: ‘een zijn’ met een dubbelheid, met een fundamentele tegenstijdigheid. Er kan grond zijn en er kan afgrond zijn. Er kan eeuwigheid zijn en er kan volledige vergankelijkheid zijn van alles. Er kan een God bestaan en God kan niet bestaan. Alles is mogelijk.

Er is geen voorgegeven, onveranderlijke, redelijke en goddelijke orde en grond van die orde. Er is geen zekerheid in de afloop van ‘het zijn’. Alles kan eindigen. In die diepe openheid moeten we moedig leren bestaan. In die openheid kunnen alle levensbeschouwingen leren ontvankelijker te worden voor een werkelijkheid die ons blijft verwonderen, ontstellen, verbijsteren en verwarren. Humanisten en gelovigen kunnen en mogen het elk op hun wijze blijven doen.

Allen zijn geroepen om het opleggen van het eigen denken aan de werkelijkheid en aan anderen op te geven om op die wijze te komen tot ontvankelijkheid en verbinding in een heel nieuwe orde van openheid en meervoudigheid. Ziedaar de diepste transitie waarvoor we staan in de 21 ste en 22 ste eeuw, achter alle andere transities.

Het is een immense opdracht, een nieuwe copernicaanse omwenteling. Het zal nog decennia vragen en eeuwen misschien.

Wat een uitdagend boek! Wat een hoopvol boek! Wat een schitterend boek! Aan te bevelen aan filosofisch ingestelde lezers, met liefst al enige voorkennis in filosofie.


«   »